Vogelpflegertreffen

 

 

10e Vogelpflegertreffen

 29 september  - 3 oktober 2006   Vogelpark Walsrode

 

door : Christiaan Luttenberg

Redactie  De Harpij

 

Vorig jaar vond het “Vogelpflegertreffen” plaats in de dierentuin van Münster.

Aangezien ik dat weekend moest werken, kon ik alleen bij de icebreaker aanwezig

zijn. Deze eerste kennismaking met veel Duitse collega’s op een Pflegertreffen was echter zo geslaagd dat ik me ter plekke opgaf voor het volgende Vogelpflegertreffen  van 2006.

 

Op 29 september arriveerde ik na drie uur rijden bij het vogelpark in Walsrode. Omdat de icebreaker pas om 18.00 uur begon had ik nog even tijd om een paar uur het vogelpark in te gaan, en al even te kijken bij de nieuwe attractie “de Uhuburcht” .

Later die avond druppelde een groot deel van de uiteindelijk 80 deelnemers binnen en werd er volop kennisgemaakt en bijgepraat.

De volgende morgen konden deelnemers zich nog aanmelden en om 9.30 uur werden we van harte welkom geheten, om een half uur later aan de eerste van acht lezingen (van 45 minuten) te beginnen. Deze lezing werd gehouden door de vaste dierenarts van het Vogelpark met als onderwerp de herkenning en verschijnselen van zieke vogels. Uit de dia’s die getoond werden, bleek al snel dat ze veel ervaring had met kromsnavels ( veel grasparkieten en grijze roodstaarten) die worden gehouden als gezelschapsdier met alle problemen die dat met zich mee kan brengen. De volgende lezing was van Ludger Bremehr ( bekend van Lundi specialvoer voor watervogels). Hij verhaalde over de kweek en het houden van verschillende soorten vogels met een alternatief voederconcept. Aan de hand van een hele reeks foto’s kregen we een goed beeld van het terrein met 140 soorten watervogels en alle andere soorten.

De eidereenden worden er in alle soorten gehouden en met jaarlijks 200 jongen is dit een van de stokpaardjes van het bedrijf. Ook de papegaaiduikers die sinds 1999 gehouden worden gedijen goed, maar liefst 9 jongen werden er geboren in 2006! Voor de lezing hoorde ik al een verzorger zeggen “dat is de man van de kraanvogelfabriek” en toen hij tijdens zijn lezing vertelde over de 80 kraanvogeljongen die per jaar kunstmatig grootbracht werden, begreep ik hoe hij aan die naam was gekomen. Alle vogels worden vanaf de geboorte  gevoerd met Lundi-voer en dat was volgens hem het beste wat je aan je vogels kon voeren. Na deze interessante lezing was het woord aan een verzorger uit Zoo Berlin, die vertelde over zijn ervaringen met het houden en kweken van vruchtenduiven. Een van zijn eerste zinnen was “het zijn vruchtenduiven en geen pelletduiven”. Daarmee was de toon gezet. Er volgde een bevlogen verhaal over het belang van het juiste nestmandje en waar dat geplaatst moest worden.

Ook het in hoog tempo verdwijnen van veel vruchtenduiven in dierentuinen als gevolg van de vogelgriep was een punt waar veel aandacht naar uitging. De lezing erna werd gehouden door een kweker van insecten die als voedseldieren dienen.

Daarna werd er door Mario Wolff  van Tierpark Cottbus uitgebreid stilgestaan bij de kweek van de Sunda maraboe. Gezien de pech die ze hadden bij het verzamelen van de laatste Sunda’s in Europa en de sterfte van twee van de drie beschikbare vrouwen, leek het er even op dat alle inspanning voor niets was geweest. Maar uiteindelijk groeide het jong (0.1) op in gezelschap van enkele Afrikaanse soortgenoten om teveel verkeerde inprent te voorkomen. De volgende lezing ging over de problematiek rond de opvang van gevonden vogels door dierentuinen en vogelparken. Ondanks dat het geen plicht is om deze vondelingen op te nemen, heb je wel een voorbeeldfunctie, en dat brengt je in deze tijd van vogelgriep soms in een lastige positie.

Jens Krause van Vogelpark Walsrode verzorgde de voorlaatste lezing over de 28 soorten lori’s van het vogelpark en dan in het bijzonder gericht op de voeding van deze voedselspecialisten. De meeste soorten krijgen een lorisoep die door het personeel gemaakt wordt. De samenstelling van de 14 liter lorisoep die ’s middags versterkt wordt, wijkt iets af van 10 liter die aan het begin van de dag gegeven wordt. De kleinere soorten lori’s  krijgen een in de handel verkrijgbare kolibrienectar. Als aandachtspunt werd het snelle vervetten van sommige soorten genoemd Dit zou met name gebeuren bij de reguliere lori-nectar. De tip luidde, “lori in de hand,  wegen !!!”

Tot slot van de eerste dag werd aan de hand van veel voor zich sprekende foto’s de Dreamnight gepromoot. Dit werd met name gedaan omdat er nog maar vier Duitse tuinen deelnemen aan dit jaarlijkse terugkerende feestje voor chronische zieke kinderen.

 

De volgende morgen werden we om 9.00 uur weer verwacht bij de eerste lezing. Dit bleek een niet voor iedereen goed te volgen verhaal over het houden en kweken van ruigpoothoenders. Ook de lezinghouder was zich bewust van het feit dat hij in het bezit was van een minder algemeen accent, en dus deelde voor hij begon aan zijn praatje een lijst uit met woorden en hun betekenis.

Ook het onderwerp vogelshow/demonstratie mocht natuurlijk niet ontbreken. Zo werden ons verteld over een niet te trainen emoe en een secretarisvogel die geleerd moest worden om op een nepslang te trappen. Ook was er aandacht voor de nieuwe indoor-show waar papegaaien- smokkel onder de aandacht wordt gebracht. Een grijzeroodstaart  is als smokkelwaar verpakt en dat heeft behoorlijk wat impact op de toeschouwers.

De derde lezing ging over de ervaringen van Vogelpark Walsrode bij het enten tegen vogelgriep H5N1.

Opvallend in dit verhaal van Bernd Marcordes was de moeite die ze hebben gehad om vogelgriep en het mogen enten als serieus onderwerp op de kaart te zetten. Uiteindelijk bleek dat slechts enkele tuinen bij onze oosterburen een deel van hun collectie geënt (alles wat onder dak of net/gaas wordt gehouden, hoeft niet) hebben. In Walsrode is ongeveer 30 % van de 3600 aanwezige vogels geënt, met een geschat kostenplaatje van 15.000 euro!

Voor we die middag aan een uitgebreide rondleiding voor en achter de schermen begonnen werden we nog geïnformeerd over geslachtsbepaling via DNA. Veel vragen die er na de lezing werden gesteld, gingen over soorten die niet op deze manier gesext konden worden en in hoeverre deze techniek voor reptielen bruikbaar is.

Na de gebruikelijke friet met bockwurst werden we in groepen verdeeld en begonnen we aan de rondleiding. De ruimte waar de handopfok plaatsvond  en de kas waar een groot deel van de inmiddels zelfstandige vogels waren ondergebracht, waren erg in trek bij de congresgangers.

Een van de hoogtepunten waren de reuzencoua’s die nieuw in het Vogelpark zijn, maar ook de beide soorten gapers hadden over belangstelling niet te klagen.

Ook de enorme winterverblijven en het duivenkweekstation waren indrukwekkend. Aan het eind van de dag werd ons nog een barbecue aangeboden door het Vogelpark.

 

De derde en laatste dag met lezingen begon met een verhaal over het overleven in de woestijn

via de Al Wabra Wildlife Preservation in Quatar. Met name de collectie van deze Sjeik maakte veel indruk. De kweek van de waarschijnlijk eerste Lear’s ara en de zeven Spix ara’s in 2006 en verschillende paradijsvogelsoorten passeerden de revue. Veel van het foto’s kwamen rechtstreeks van de site www.alwabra.com/awwp die zeker de moeite waard is om eens te bekijken.

Ook de inheemse fauna werd onder de aandacht gebracht door de lezing van het Wildtierstation Sachsenhagen  dat jaarlijks rond de 1850 dieren opvangt waarvan ruim 1000 met veren. De onkunde van de doorsneeburger werd geïllustreerd door verhalen van jonge houtduiven die als eend, roofvogel of zelfs pelikaan worden binnengebracht. Ook de dierenvrienden kwamen er slecht van af; zij zorgen er jaarlijks voor dat honderden gezonde egels naar de opvang gebracht worden. Daarnaast was er ook ruim aandacht voor de terugplaatsing van de opvangdieren in het wild en op welke manieren dit werd gedaan.

Het verhaal over het fokprogramma van de monniksgieren ging er met name over hoe de kweek in de toekomst verbeterd kan worden. Zo zou het rapen van het eerste ei slecht in 10% van de gevallen resulteren in een tweede legsel, wat dan meestal ook nog onbevrucht is. Er is dus nog veel onderzoek nodig voor het opstellen van de richtlijnen voor de kweek van deze gieren.

De laatste lezing ging over het importverbod van vogels en de gevolgen hiervan voor de aanwezige collecties. Met name de Aziatische soorten verdwijnen in hoog tempo uit de verschillende parken maar ook bij particulieren. Dit komt onder andere door de vogelgriep. Dat veel soorten in de toekomst in gevangenschap verdwijnen, staat als een paal boven water. Maar als we nu ingrijpen kunnen we mogelijk nog enkele minder algemene soorten behouden voor de toekomst.

Dit kunnen we alleen bereiken door intensieve samenwerking tussen de verschillende publieke collecties maar ook de particuliere liefhebber is hierbij broodnodig.

 

De middag was gereserveerd voor discussiegroepjes met onderwerpen als vogelshows, papegaaien, tropenhallen en pinguïns. Je mocht naar eigen interesse kiezen waar je aan deelnam, en na een paar uur werd dan door elk groepje de uitkomst gepresenteerd aan de rest.

Na de discussiegroepen was het officiële gedeelte van het Treffen achter de rug en konden we ons storten op een warm en koud buffet. Rond 21.00 uur was het tijd voor de jaarlijks terugkerende veiling voor een goed doel. Zo werden er honderden euro’s verzameld die dit keer naar een project gingen voor de bedreigde diksnavel reiger op Madagascar. Daarna werd er gezamenlijk nog even teruggekeken op een geslaagde bijeenkomst onder het genot van een glaasje, waarna voor velen de lange terugreis begon.

 

 


Terug naar hoofdmenu

 

Terug naar vorige pagina