The Peregrine Fund: Maakt werk van het beschermen van
stootvogels over de hele wereld.
The Peregrine Fund (TPF) is een organisatie die al meer dan
vijfendertig jaar met stootvogels werkt zonder winstoogmerk. De organisatie is
in 1970 opgericht, met het doel een poging te wagen de teruggang van de
slechtvalk Falco peregrinus t.g.v. DDT-vergiftiging te stoppen.
Om de soort terug te krijgen, hebben we een fok-, en
herintroductieprogramma ontwikkeld, gebaseerd op aangepaste technieken uit de
valkerij, die vroeger werden gebruikt om jonge stootvogels te trainen. Ongeveer
vijfentwintig jaar later werd de slechtvalk van de lijst van bedreigde dieren
geschrapt. Gedurende deze periode zijn we ook begonnen met het behoud van
andere stootvogels op nationaal en internationaal niveau. Op dit moment werkt
de TPF met verschillende soorten
stootvogels in meer dan veertig landen over de wereld. Onze programma’s
omvatten o.a. het fokken en uitzetten van de Aplomado-valk Falco femoralis en de Californische condor
Gymnogyps californianus in de Verenigde Staten, tot het intensief monitoren van
de bedreigde Ridgeway’s buizerd Buteo ridgwayi van de Dominicaanse
Republiek, de Kaapse gier Gyps coprotheres van Zuid-Afrika, tot
een gemeenschappelijke inspanning van vele organisaties om de Mauritius-valk
terug te krijgen. Van de laatste soort waren nog maar twee koppels over,
terwijl er nu weer meer dan achthonderd vogels in het wild rond vliegen.
In 2001 opende de TPF een aantal
kantoren in Latijns Amerika om het werk daar te beheren. Deze nieuwe lijn,
Fondo Peregrino-Panama, concentreer zich op dit moment op het behoud van
verschillende soorten stootvogels in Latijns Amerika en het Caraїbisch
gebied. In Panama en Belize hebben we een allesomvattend beschermingsprogramma
ontwikkeld voor de harpij Harpia harpyja, de grootste stootvogel van het
neo-tropische gebied.
Deze grote bosarend gaat erg in aantal achteruit, wat
voornamelijk te wijten is aan habitat- verlies en de vervolging door mensen.
Het programma van TPF probeert de problemen m.b.t. de achteruitgang van deze
soort tegen te gaan door zich te concentreren op drie belangrijke
onderdelen die tot het behoud kunnen leiden. Deze onderdelen
zijn: - Het fokken en herintroduceren van deze vogels, in een poging om de aantallen
te laten groeien in geschikte gebieden en die tot hun historische
verspreidingsgebied horen. – Wetenschappelijk
veldonderzoek, om meer te leren over het gedrag, de ecologie, en het
leefgebied van zowel wilde als in gevangenschap geboren vogels, om de
resultaten te vergelijken. –En een intensief
educatieprogramma om de mythen die de harpij en andere stootvogels
achtervolgen, weg te nemen.
Op dit moment hebben we meer dan dertig harpijarenden
uitgebroed en los gelaten in Panama en Belize. We houden ze via satellieten en
VHF zenders in de gaten. Ook hebben we meer dan dertig nesten in het wild
gelokaliseerd in Darien (Panama). We hebben op zes in het wild geboren dieren
zenders geplaatst. Ons educatieve team bereikt ongeveer vijfduizend mensen op jaarbasis,
die in bewoonde of vrijwel onbewoonde gebieden wonen, waarbij we ons
voornamelijk op gemeenschappen richten die in de buurt van de harpij en zijn
leefgebied wonen.
Sinds de jaren zeventig bestuderen we ook het gedrag en de
ecologie van de verdwijnende roodborstvalk Falco deiroleocus. Vroeger broedde
deze soort waarschijnlijk van zuidelijk Mexico tot Noord-Argentinië. Vandaag de
dag is de vogel duidelijk afwezig in de gebieden van Centraal-Amerika die voor
hem geschikt zijn. Om onze kennis van deze soort te vergroten, en om te zorgen
dat de vogels niet uit grote delen van hun leefgebied verdwijnen, gebruiken we
verschillende tactieken die het ons mogelijk maken om met meerdere technieken
de soort te behouden. De eerste stap was om zowel in Panama als in de Verenigde
Staten een populatie in gevangenschap
te vestigen. Daarmee zijn we in 2001 begonnen.
Het eerste succes was in 2005, toen in ons fokcentrum de eerste drie jongen
uit het ei kropen. We hopen dat we in het voorjaar van 2007 voldoende jonge vogels
hebben om met een regelmatige herintroductie te beginnen. Verder gaan we door
met het monitoren van wilde koppels in Panama en Belize. Dit jaar kregen we de
kans om een camera te plaatsen in een van de wilde nesten in Belize. We hebben
meer dan 250 uur kunnen opnemen, en zo veel kunnen waarnemen over het broeden,
het uitkomen, en het voeren van het kuiken. Ook zagen we veel van het gedrag
van de jongen vlak voor ze het nest verlaten. We hopen dat we in de toekomst
meer camera’s kunnen plaatsen om meer over deze soort te weten te komen.
Misschien kunnen we zo ook de reden van hun achteruitgang ontdekken, en
eventueel nieuwe technieken ontwikkelen om dit in de toekomst te voorkomen.
Een paar andere projecten die door de Fondo Peregrino-Panama
beheerd worden zijn het beoordelen van de status van de haaksnavelwouw
Chondrohierax uncinatus op Grenada, het uitzoeken of de Cubaanse wouw bestaat,
en het bijstaan van studenten en andere personen die de onbekende stootvogels
van Noord en Zuid-Amerika willen bestuderen.
We hopen dat we in de toekomst de vaardigheden en de
technieken die we hebben gebruikt om de harpij met succes te fokken en te
herintroduceren, kunnen gebruiken voor het fokken en/of herintroduceren van
onbekende of meer bedreigde stootvogels in Latijns-Amerika en de rest van de
wereld.