Dierentuin informatie

 

 


Dierentuinen veranderen, niet alleen de verblijven zijn in de loop de jaren veranderd. Dierentuin worden steeds professioneler en werken op verschillende manieren samen. Binnen de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen (NVD) werken 15 grote Nederlandse dierentuinen nauw samen. De NVD bestaat al sinds 1966. De samenwerking richt zich onder andere op beleid, uitwisseling van informatie, educatie, onderzoek en natuurbehoud.

 

 

Rode neusbeer in Zooparc Overloon en zwarte ooievaar in Safaripark Beekse Bergen

 

Alle dierentuinen die zijn aangesloten bij de NVD, zijn ook lid van de Europese dierentuinvereniging: European Association of Zoos and Aquaria (EAZA). Samenwerking met andere EAZA dierentuinen op internationaal niveau heeft veel voordelen; het maakt bijvoorbeeld een goed beheer van de ruim 300 fokprogramma's mogelijk (zie verder op deze pagina) en bevordert het intensief en op grote schaal uitwisselen van kennis, ervaringen en informatie.

Er zijn vele (inter-)nationale wetten waar ook dierentuinen zich aan moeten houden. De Nederlandse Vereniging van Dierentuinen heeft verscheidene richtlijnen voor een verantwoord beheer van haar diercollecties opgesteld.

Een aantal beleidsdocumenten, richtlijnen en notities zijn beschikbaar op de website van de NVD

 

 

Pincetvis in Artis en een mannelijke congopauw in Vogelpark Avifauna

 

Met de jaarlijkse natuurbeschermingscampagnes van de EAZA, kan in dierentuinen in heel Europa tegelijkertijd de aandacht worden gevestigd op één bepaald knelpunt voor de natuur. De aantal resultaten van deze acties zijn te vinden op de Campagne pagina van de EAZA site een compleet overzicht van alle gesteunde doelen is de downloaden via onze site, klik voor een complete lijst hier.
Veel diersoorten die in dierentuinen leven, worden namelijk in het wild bedreigd. Doordat mensen in de dierentuin zien hoe bijzonder de dieren zijn, voelen zij zich meer betrokken bij de dieren in het wild. Zo zijn de dierentuindieren echte ambassadeurs voor hun wilde soortgenoten.
Elk jaar ondersteunen de
NVD dierentuinen de EAZA natuurbeschermingscampagnes door deze een eigen invulling te geven.

 

 

Mangabey in Diergaarde Blijdorp en bantengs in Safaripark Beekse Bergen


Stichting Dierentuinen Helpen (SDH) is het natuurbehoudfonds van de NVD. SDH ondersteunt natuurbeschermingsprojecten zowel in in gevangenschap als in de vrije natuur, met een belangrijke voorkeur voor projecten die zich direct richten op het behoud van bedreigde diersoorten. SDH biedt financiële ondersteuning en stelt ook kennis en expertise beschikbaar aan geselecteerde projecten.


Sinds juni 2004 werken het Wereld Natuur Fonds (WWF) en de NVD structureel samen. Een voorbeeld hiervan is besproken tijdens de lezing van Frans Schepers op Harpij-congres van 2006 in Safaripark Beekse Bergen. De NVD dierentuinen hebben zich de laatste decennia ontwikkeld tot educatieve centra van formaat, die natuurbehoud hoog in het vaandel hebben staan. Het WWF en de NVD zijn dus logische partners. Het gemeenschappelijke doel van de samenwerking tussen het WWF en de NVD is het bereiken van een brede maatschappelijke mentaliteitsverandering die leidt tot meer aandacht, financiële middelen en inzet van expertise voor wereldwijd natuurbehoud.

 

 

Melkslang in Urucu in Ouwehands' Dierenpark en Kroonduif in Burgers' Bush
 
De NVD is lid van de International Union for the Conservation of Nature (IUCN), ook wel bekend als The World Conservation Union. De IUCN staat sinds de oprichting in 1948 voor natuurbehoud in een rechtvaardige wereld. De IUCN definieert beschermde gebieden en is bekend van de Rode Lijst van bedreigde soorten. Een lijst met beschermde diersoort is te vinden op hun site.

 

 

 

Pantserneushoorn en koritrap (samen met rode duiker) in Nürnberg

 


 

Europese dierentuinen zijn in 1985 gestart met het opzetten van fokprogramma's voor bedreigde diersoorten, de zgn. European Endangered Species Programmes (EEP's). Een zwarte neushoorn met kalf is het internationale logo voor fokprogramma's van dierentuinen.  

 


Alle dierensoorten zijn verdeelt over verschillende TAG's  (Taxon Advisory Groups). Binnen een TAG wordt onder andere op Europees niveau bekeken welke diersoorten op langere  termijn gehouden gaan worden in de bij
EAZA aangesloten dierentuinen en welke op den duur uit de collecties zullen verdwijnen. Hierbij spelen meerdere factoren een rol. Bijvoorbeeld de mate waarin een diersoort bedreigd in het wild is en de mate waarin de diersoort op andere continenten word gehouden. Zo kan er een gezonde populatie van veel dierensoorten worden op gebouwd. Een voorzitter of adviesrad van een TAG kan door een dierentuin ook om advies gevraagd worden. Hieronder is een lijst weer gegeven van alle TAG's met hun contactpersoon. De lijst is van april 2006.

 

 

 TAG

 Contactpersoon

Fish and Aquatic Invertebrate

Heather Hall, London

Terrestrial Invertebrate

Ko Veltman, Amsterdam

Amphibian and Reptile

Ivan Rehak, Praha

Ratite

Vacancy

Penguin

Miguel Bueno, Madrid

Pelecaniformes

Bart Hiddinga, NFRZG, Amsterdam

Ciconiiformes/Phoenicopteriformes

Catherine King, Rotterdam

Waterfowl

Theo Pagel, Köln

Falconiformes

Shmulik Yedvab, Jerusalem

Cracid

Geer Scheres, Zutendaal

Galliformes (excl. cracid)

Alain Hennache, Clères

Gruiformes

Geer Scheres, Zutendaal

Charadriiformes

Kirsi Pynnonen-Oudman, Helsinki

Pigeon and Dove

Duncan Bolton, Bristol

Parrot

Roger Wilkinson, Chester

Owl

Klaus Wünnemann, Heidelberg

Toucan and Turaco

John Ellis, London

Hornbill

Koen Brouwer, NFRZG, Amsterdam

Passeriformes

David Jeggo, Jersey

Marsupial and Monotreme

Udo Gansloßer, Erlangen

Prosimian

Achim Johann, Rheine

Cebid

Frank Rietkerk, Apeldoorn

Callitrichid

Bryan Carroll, Bristol

Old World Monkey

Neil Bemment, Paignton

Gibbon

Vicky Melfi, Paignton

Great Ape

Bengt Holst, Copenhagen

Small Mammal

Klaus Rudloff, Tierpark Berlin

Canid

Conrad Ensenat, Barcelona-zoo

Bear

José Kok, Rhenen

Small Carnivore

Stewart Muir, Newquay

Felid

Alex Sliwa, Wuppertal

Marine Mammal

Gerard Meijer, Rhenen

Elephant

Amelia Terkel, Ramat-Gan

Equid

Achim Winkler, Duisburg

Rhinoceros

Nick Lindsay, Whipsnade

Tapir and Hippo

Bengt Holst, Copenhagen

Pig and Peccary

Alastair MacDonald, Edinburgh University

Deer

Klaus Rudloff, Tierpark Berlin

Cattle and Camelid

Gary Batters, Banham

Antelope and Giraffe

Frank Rietkerk, Apeldoorn

Sheep and Goat

Jean-Luc Berthier, Paris Menagerie

 

 

 

 

Een westelijke laaglandgorilla in Burgers' Zoo met jong (EEP) en een jonge zuidelijke hoornraaf (ESB) in Safaripark Beekse Bergen

 

Binnen de TAG zijn er vaak verschillende fokprogramma's. Er zijn verschillende redenen waarom een EEP wordt aangevraagd voor een diersoort. Zo kan het met de desbetreffende diersoort in de natuur erg slecht gaan zodat men in de dierentuinen graag een ‘reserve-populatie’ wil opbouwen. Of er is slechts een klein aantal individuen van de diersoort in de dierentuinen waardoor de kans op inteelt erg groot wordt. Dit zou uiteindelijk het ‘uitsterven’ van de diersoort in de dierentuinen betekenen. Op de website van EAZA is over dit onderwerp meer informatie te vinden. Gegevens van stamboekhouders/studbookkeepers en een soortenlijst is te vinden op van Quatum conservation. Een overzicht van de diersoorten die onder een ESB of EEP vallen is te vinden op de volgende pagina’s:

 


Als is beslist dat er een EEP voor een bepaalde diersoort wordt opgezet, moet er een stamboek van deze diersoort worden gemaakt. In dit stamboek staan allerlei gegevens over alle dieren die in de Europese dierentuinen worden gehouden die zijn aangesloten bij de
EAZA. Onder deze gegevens valt informatie als wanneer is het dier geboren, wie zijn de ouders, welke ziektes hebben ze gehad, in welke dierentuin is het dier geboren etc. In sommige gevallen is dit stamboek er al, als het diersoort eerst in een ESB (European Studbook) is opgenomen.

 

 

Europese otter in Dierenrijk Europa en Aziatische olifant in Dierenpark Emmen. Beide diersoorten vallen onder een EEP.

Uiteindelijk zal met behulp van alle gegevens uit het stamboek advies worden gegeven aan de dierentuinen die de desbetreffende diersoort houden. Bijvoorbeeld welke dieren moeten verhuizen om paartjes te vormen en welke dieren zich niet meer mogen voortplanten.

Alle dierentuinen die zijn aangesloten bij de EAZA en de desbetreffende diersoort in hun collectie hebben, doen mee aan het EEP. Dierentuinen die meewerken aan het EEP zijn in principe verplicht om zich te houden aan de aanbevelingen die worden gedaan.

 

 

Ook de sneeuwpanter en de kulan vallen onder een EEP

 


Terug naar vorige pagina